Het spel
Bij Parcours met een blinddoek is het belangrijk dat je met alle deelnemers in de groep de hindernissen neer zet. Je kunt bijvoorbeeld de volgende objecten gebruiken: een speelmat, een bank, een tafel, schommel etc. Zo hebben de kinderen al een beetje een idee wat ze kunnen verwachten tijdens het lopen met de blinddoek. Houdt rekening met de leeftijd van de kinderen in de groep wanneer je (extra) hindernissen maakt. Maak het wat moeilijker voor oudere kinderen, wat makkelijker voor jongere kinderen.
Wanneer het parcours klaar is kunnen jullie beginnen met de activiteit. Maak tweetallen, één van de twee krijgt een blinddoek om, de ander is de begeleider. Dit kind geeft het andere kind een hand en gids hem door het parcours heen. Dit doet hij of zij door te vertellen wat de ander moet doen. Spreek af dat de begeleider rustig aan doet en dat het kind dat geblinddoekt is de snelheid bepaalt. Vertel de kinderen dat de begeleider verantwoordelijk is voor de persoon die geblinddoekt is.
Is heel het parcours doorlopen dan wisselt het tweetal van rol.
Coach de kinderen tijdens deze activiteit. Help de βbegeleidersβ met tips!
Variaties
- Je kan de activiteit Parcours met een blinddoek uitbreiden door er een totale beleving van de maken. De kinderen komen dan langs posten waar ze bijvoorbeeld geblinddoekt een proefspel doen of moeten voelen wat iets is.
- Als de kinderen ouder zijn kun je extra hindernissen toevoegen. Bijvoorbeeld het lopen met een een ei en lepel. Er moet dan extra voorzichtig gedaan worden!
Tips
- Loop eerst eens met de groep het parcours af en vertel op welke plekken extra opgelet moet worden.
- Laat de oudere kinderen eerst met een blinddoek lopen. De jongere kinderen kunnen dan zien wat de bedoeling is en dat het niet zo spannen is.
Benodigdheden
- Per tweetal een blinddoek
- Hindernissen
- Afzetlint (om het parcours aan te geven)