Wedden dat ik het kan


Door weddenschappen aan te gaan en in te zetten op weddenschappen van anderen proberen de spelers zoveel mogelijk munten te verzamelen. De deelnemer die aan het einde van het spel de meeste munten (punten) heeft verzameld wint het spel.

Wedden dat ik het kan is een spel dat vooral bekend is van de televisie, maar ook erg leuk is om te spelen. In het spel is wedden en gokken van centraal onderdeel. Het spel kan zowel individueel als in kleine groepjes gespeeld worden. Onze versie is geschikt voor 5 groepjes, maar kan uiteraard aangepast worden aan meerdere groepen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding wedden dat ik het kan
Geef alle groepjes muntjes waarmee ze een weddenschap in kunnen zetten.

Speluitleg

Elke groepje heeft een stapel munten, een ja/nee kaart en een potdeksel.
Er zijn zes spelrondes, waarvan elke ronde betrekking heeft op een andere categorie met zes weddenschappen, zodat er met vijf groepen altijd iets te kiezen valt. De resterende weddenschappen vormen de laatste ronde.

In elke ronde komt één persoon van elke groep om de beurt naar voren om een opdracht te trekken en deze aan de groep voor te lezen. Vervolgens heeft de groep 30 seconden de tijd om een "ja" of "nee" te geven, d.w.z. om aan te geven of de taak al dan niet succesvol zal zijn, en daarop te wedden. Er is een maximuminzet per beurt, die toeneemt naarmate het spel vordert.

De opdracht wordt uitgevoerd en als hij slaagt, krijgt de uitvoerder de maximale inzet in munten met een minimum van vijf. Aan het eind van elke weddenschap worden de deksels van de pannetjes opgetild en zie je wat anderen hebben gedaan en ingezet. Heeft iemand het goed geraden? Dan wordt de inzet verdubbeld. Verkeerde antwoord? Dan verlies je de weddenschap.

Het doel is om tijdens het spel zo veel mogelijk munten te krijgen door goed te raden of de opdrachten zullen slagen of niet en door de opdrachten correct uit te voeren.

Rondes

Ronde Categorie Maximale inzet
1 Sportief 3 munten
2 Concentratie 4 munten
3 Kennis 5 munten
4 Theater 8 munten
5 Rare opdrachten 10 munten
6 Finale 15 munten

Opdrachten per categorie

Sportief

  • Druk 15 keer op in 30 seconden.
  • Ren 2 rondjes rondom het gebouw binnen 1 minuut.
  • Houd je hoofd 20 seconden onder water.
  • Sta 2 minuten geblinddoekt op één been.
  • Houdt 1 minuut 2 literflessen met water voor je uit.
  • Houdt een bal 10x hoog met je voet.

Concentratie

  • Bouw een kaartenhuis van 3 verdiepingen.
  • Maak 2 spelers binnen 30 seconden aan het lachen.
  • Vertel 2 minuten lang een verhaal zonder “uhm” te gebruiken.
  • Blaas meer dan 20 seconden op een fluit zonder te ademen.
  • Geef aan wanneer 1 minuut en 20 seconden om zijn, marge van 5 seconden.
  • Los een memoryspel op binnen 45 seconden.

Kennis

  • Noem binnen 45 seconden 8 Europese hoofdsteden.
  • Noem binnen 1 minuut 5 spreekwoorden of gezegden.
  • Zing binnen 1 minuut het eerste couplet van het Nederlandse volkslied.
  • Noem binnen 45 seconden 5 Nederlandse plaatsen die beginnen met een “R”.
  • Noem binnen 45 seconden 8 landen met munteenheid euro.
  • Noem binnen 45 seconden 6 voetbalclubs uit de eredivisie.

Rare opdrachten

  • Verzamel 10 voorwerpen waarvan de beginletter de A is, binnen 4 minuten.
  • Verzamel 10 rode voorwerpen binnen 3 minuten.
  • Eet 5 schuimblokken binnen 30 seconden.
  • Beschuit eten en binnen 45 seconden een liedje fluiten.
  • Binnen 1,5 minuut 3 ballonnen opblazen totdat deze knappen.
  • Vouw binnen 1 minuut een bootje uit een A4-tje.

Theater

  • Doe een bekende Nederlander na en zorg dat de andere spelers raden wie het is.
  • Doe een freestyle rap van minimaal 30 seconden.
  • Voer in 2 minuten een mini toneelstuk op.
  • Zing het Nederlandse volkslied foutloos.
  • Noem binnen 45 seconden 5 bekende acteurs op.
  • Zing binnen 2 minuten drie bekende kampvuurliedjes.

Variaties

  1. Bedenk zelf leuke opdrachten en voeg eventueel een nieuwe categorie toe.

Tips

  • Zorg dat de opdrachten goed aansluiten bij de leeftijd van de kinderen in de groep.

Benodigdheden

  • 5 pannendeksels
  • Spelkaarten
  • Ja/nee kaartjes
  • Munten (fiches, nepgeld, poker chips, steentjes, flesdoppen oid.)
  • Verder is het materiaal afhankelijk van de weddenschappen
Gerelateerde activiteiten